De Velser Affaire
een hardnekkig gerucht of bittere waarheid?
Door Bert Bakkenes

Deel 1; ‘Het Schandaal’; het zwijgen doorbroken

Soms is het schrille licht van op feiten gebaseerde fantasie nodig om het ware verhaal aan de oppervlakte te brengen. Soms is er een wijdere horizon nodig om de feiten vervolgens op waarde te schatten en hun eigen plek te geven. Dat moet de schrijfster Conny Braam gedacht hebben toen ze haar nieuwe boek ‘Het Schandaal’ schreef. Een verhaal uit de Tweede Wereld Oorlog dat is gebaseerd op de zogenaamde Velser Affaire. Een zaak waar veel vooral communistische verzetsstrijders het slachtoffer van zijn geworden, en die na de oorlog eerst voor een rel zorgde en toen in de doofpot verdween. De daders, van hoog tot laag bleven ongemoeid. Conny Braam gaat uit van de theorie dat er een soort overeenkomst bestond tussen de Oranje gerichte delen van het verzet en de Duitse Sicherheitsdienst om voor het einde van de oorlog zoveel mogelijk communistische verzetsstrijders uit te schakelen of the elimineren. Velen zullen deze gang van zaken betwijfelen, maar er zijn intussen voldoende bewijzen die roepen om een onpartijdig en onafhankelijk onderzoek.

Het is bekend dat de Nederlandse regering in Londen en delen van het rechtse verzet zich ernstige zorgen maakten over de populariteit van de communistische verzetsgroepen. Er was veel toeloop van jongeren en intellectuelen die er helemaal niet op zaten te wachten om terug te keren naar het Nederland van voor 10 mei 1940. En dat was nu precies wat de oude machthebbers wel wilden. De macht, na een Duitse nederlaag, moest weer in vertrouwde, lees conservatieve, handen komen. Om dit te bereiken ging men letterlijk over lijken, en was men er zelfs niet vies van om met de Duitse vijand samen te werken.

‘Het Schandaal’, dat speelt in de eerste jaren na de oorlog, draait om de jonge

linkse verzetstrijdster Susan Boerhaave die al in haar tienerjaren haar sporen verdiende in het gewapend verzet. Susan is gebaseerd op de Haarlemse verzetsstrijdsters Truus en Freddie Oversteegen, en ook Hannie Schaft speelt een grote achtergrondrol in het verhaal in de gedaante van Anna Schagen. Susan heeft in het laatste oorlogsjaar wel gemerkt dat er iets niet klopt met de politiemannen in IJmuiden en Velsen die leiding gaven aan het plaatselijke verzet. Maar ze wordt pas goed achterdochtig als ze ziet dat een “foute” politieman, die ze in opdracht van de Velser illegaliteit had moeten liquideren, na de bevrijding een hoge positie krijgt in de Binnenlandse Strijdkrachten en de beste maatjes is met de verzets commandanten die zijn liquidatie hadden bevolen. Door een lekke band was de liquidatie niet door gegaan. Als ze navraag gaat doen worden haar woorden in twijfel getrokken en als ze vasthoudt aan haar beweringen wordt ze voor overspannen versleten en genegeerd. Susan geeft echter niet op en begint met een paar vrienden een onderzoek.

Conny Braam - het schandaal

Wat goed uit het verhaal naar voren komt is de wanhoop van Susan als ze merkt dat men haar niet gelooft. Als zelfs sommige vrienden uit haar eigen Raad van Verzet (RVV) groep aan haar woorden beginnen te twijfelen. Met veel pijn en moeite probeert ze alle stukken van de legpuzzel van het laatste oorlogsjaar in elkaar te passen. Soms twijfelt ze aan haar eigen verstand en andere keren is ze in staat tot een vasthoudendheid die aan fanatisme grenst. Ook de angst die volgt op de bedreigingen en intimidaties is tastbaar.

Het is juist deze angst geweest die heeft voorkomen dat de waarheid over de Velser Affaire aan het licht is gekomen. Conny Braam komt zelf uit IJmuiden en is maar al te bekend met de angst en de onzekerheid die veel mensen tot zwijgen dreef. Zwijgen waar de daders van hebben geprofiteerd. In het Noord Hollands Dagblad van 4 mei 2004 legt Braam uit dat er ook in haar familie werd gezwegen over de Velser Affaire. “In mijn familie werd altijd naar ome Bertus verwezen als het daarover ging. Die was de autoriteit. En ome Bertus zweeg. Het heeft ontzettend veel moeite gekost om met mensen in gesprek te komen.” Veel mensen klapten gewoon dicht als ze over de Velser Affaire begon. Toch heeft de schrijfster, die zelf betrokken was bij het verzet tegen de apartheid in Zuid Afrika, veel nieuw materiaal boven tafel gekregen dat lang niet allemaal is gebruikt voor het boek. Al het materiaal ligt nu in een kluis en kan worden gebruikt als er toch nog een echt onderzoek komt naar de hele zaak. Braam: “Er zijn momenten geweest dat ik moest weglopen van mijn werk. Bij vrienden vertellen wat ik had ontdekt. Avonden lang. Ze wisten niet wat ze hóórden.
Ik was eens in een archief waar voor mij een doos werd geopend met foto's en gegevens van zogenaamde communisten. Jongeren. Ik ben in huilen uitgebarsten.”

Conny Braam heeft met nabestaanden van zowel slachtoffers als daders gesproken. Ze heeft vooral lange


augustus 2004
17

 

gesprekken gehad met Truus en Freddie Oversteegen. In al deze gesprekken was de angst voor repercussies, zestig jaar na de oorlog nog steeds voelbaar. “De Velser Affaire heeft diep in Velsen gehakt. Ik weet het zelf, want mijn leven lang heb ik er nooit over mogen praten in de familie. Dat was te gevaarlijk, dat wist je als kind al. Het is een stinkende wond. In de oorlog is niet alleen IJmuiden in puin gegooid, het zit nog veel dieper. Ik ben misselijk geworden van wat ik heb ontdekt in archieven en die oude dozen op zolder. Ik voelde me soms akelig. En kwaad. Het is echt een grof schandaal wat er toen is gebeurd.''

Er kan niet gezegd worden dat de pers de Velser Affaire heeft doodgezwegen. Vele beschuldigingen werden openlijk in de plaatselijke en soms zelfs in de landelijke kranten afgedrukt. Zo werd er al kort na de oorlog geschreven dat de verraders van Hannie Schaft rond haar graf stonden tijdens de herbegrafenis op de Erebegraafplaats in Overveen. Braam is er van overtuigd dat er in de laatste periode van de Tweede Wereld Oorlog in opdracht van Londen gericht socialistische en communistische verzetsstrijders uit de weg zijn geruimd. Dit gebeurde doormiddel van liquidaties of door de mensen op een “handige” manier in handen van de Duitsers te spelen. “Communisten waren verzetsmensen bij uitstek tegen het nationaal-socialisme. Ze waren goed, sterk en effectief. Met het eind van de oorlog in zicht waren de rechtse machthebbers van voor de oorlog bang dat links heel sterk uit de oorlog zou komen. Dat paste niet in hun straatje. Alles moest weer worden zoals het was, zij wilden de macht weer.''

Er zijn veel onderzoeken gedaan naar de Velser Affaire, maar de daders zaten zelf bij de opsporingsdiensten en hadden hooggeplaatste vrienden die voldoende bescherming boden. De meeste rapporten zijn in duistere archiefkasten geland. Daar huizen ze ook vandaag nog, en ondanks het feit dat in de komende jaren veel archieven open zullen gaan, zullen de meest belangrijke stukken zeker verborgen

blijven. Daarom vindt ook Conny Braam het belangrijk dat historici en onderzoekers nu aan de slag gaan om de hele zaak tot op de bodem en publiekelijk uit te zoeken. In het boek besluit Susan jaren later om haar zwijgen eindelijk te verbreken en af te rekenen met een verleden dat zo lang een stempel op haar leven heeft gedrukt. Het is te hopen dat dit ook de mensen die nu nog steeds zwijgen zal aanmoedigen om eindelijk openheid van zaken te geven.

Dat de strategie die ten grondslag lag aan de gebeurtenissen in Velsen en IJmuiden ook in andere delen van het land is toegepast ligt voor de hand. Door gebruik te maken van de wens van de bevolking om de hele oorlog en alle ellende zo spoedig mogelijk te vergeten zijn veel van dit soort incidenten nooit boven tafel gekomen. Braam: “Juist in IJmuiden kon je alles vinden wat links was en die mensen speelden dus een sterke rol in het verzet. Daarom is na de oorlog de Velser Affaire ontstaan. Maar het was duidelijk een landelijke affaire. Toen hier de deksel van de put dreigde te gaan, greep de regering in. Ze wisten natuurlijk dondersgoed: wat in IJmuiden is gebeurd, is op veel meer plaatsen in Nederland gebeurd. Dat mocht onder geen beding bekend worden. Daarom werd de bevolking angst aangejaagd, geïntimideerd. Verzetsmensen moesten keer op keer opdraven voor een onderzoekscommissie. Wie niet wilde, werd gedwongen. De daders liepen al die tijd vrij rond en ze hadden niet de minste posities. Zo werd angst gecreëerd. Bang voor repercussies hielden mensen hun mond. Tot op de dag van vandaag.''

Intussen is Truus Oversteegen opnieuw begonnen met een onderzoek naar de Velser Affaire. Eerdere pogingen moest ze na bedreigingen afbreken. Het lijkt er echter op dat de tijd nu juist is om de waarheid eindelijk op te diepen. Een waarheid waar de slachtoffers, niet alleen in Velsen en IJmuiden, maar ook landelijk, recht op hebben.

‘Het Schandaal’ is een goede reconstructie van wat zich in en na de oorlog heeft afspeelt in Kennemerland, en kan een grote rol spelen in het doorbreken van het zwijgen dat al decennia lang de deksel op de beerput heeft gehouden. Veel lezers zullen het verhaal dat in ‘Het Schandaal’ wordt verteld niet kunnen geloven. De tragedie is dat de feiten die in het boek naar voren komen waarschijnlijk nog maar het topje van de ijsberg zijn. Het lezen van dit boek zal de kijk van de lezer op de oorlog en het verzet voor altijd veranderen. En dat is nou precies waar de autoriteiten, hoog en laag, al die jaren bang voor zijn geweest.

Het boek is opgedragen aan Gerben Wagenaar, voormalig CPN vertegenwoordiger in de Raad van Verzet, en alle verzetsstrijders die hebben gestreden tegen fascisme en racisme en voor een democratisch Nederland.

‘Het Schandaal’ Conny Braam
Uitgeverij Augustus Euro 18,50
ISBN 9045701324

Conny Braam
Conny Braam

Bronnen:
Noord Hollands Dagblad 04-05-2004, 10-05-2004


augustus 2004
18

 

Deel 2 - Hannie Schaft en de Velser Affaire

Voor vele blijft Hannie Schaft het symbool van het gewapende verzet tegen de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereld Oorlog. Vooral linkse mensen zien Hannie als verzetstrijdster en communiste, als partizaan en onverzettelijke antifascist, anderen komen niet veel verder dan “vrouw in verzet”. Maar iedereen is het er wel over eens dat het verhaal van “Het meisje met het Rode Haar” zowel boeiend als ook tragisch is.

De kans lijkt steeds groter dat er eigenlijk veel meer aan de hand is geweest, en dat ook Hannie Schaft, net als een aantal andere communistische en socialistische verzetstrijders, slachtoffer is geworden van de Velser Affaire, het geruchtmakende schandaal dat vaak is onderzocht, maar steeds opnieuw in de doofpot is verdwenen.

Er bestaat geen twijfel aan dat Hannie Schaft en de zusjes Truus en Freddie Oversteegen in het laatste jaar van de oorlog veel contact hebben gehad met de illegaliteit in Velsen en er ook vele

Bij toeval kreeg hij de richtlijnen voor de OD top onder ogen. Hier stond het zwart op wit: “Als de Duitsers verslagen zijn is het onze taak om een ieder die niet sympathiseert met het Huis van Oranje en toch bepaalde machtsposities wil bekleden, desnoods met wapengeweld te weren”. Dat liet aan duidelijkheid niets te wensen over.

Vooral met de oprichting van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) in september 1944, in opdracht van Londen, kregen de ODers en andere Oranje gerichte verzetsleiders een steeds grotere

Erebegraafplaats Bloemendaal, laatste rustplaats van Hannie Schaft e.v.a.
Erebegraafplaats Bloemendaal, laatste rustplaats van Hannie Schaft e.v.a.
macht. Voor de groepen van de RVV was het niet acceptabel om volledig te voldoen aan alle eisen van de BS. Er werd wel samengewerkt, maar de RVV probeerde toch steeds een eigen beleid uit te stippelen. Uiteindelijk is dit een wijze beslissing geweest die toch veel mensen het leven heeft gered. Toen Hannie Schaft en de andere leden van de RVV groep uit Haarlem in contact kwamen met de Velser illegaliteit viel al meteen op dat deze verzetsgroepen een volledig andere handelswijze hadden. Binnen de RVV was er altijd tijd voor discussie en werden belangrijke beslissingen, zoals of een verrader of collaborateur moest worden geliquideerd, altijd gezamenlijk genomen nadat iedereen er van overtuigd was dat de actie juist zou zijn. In Velsen werd er veel meer gebruik gemaakt van een commandostructuur waarbinnen tegenspraak niet werd geduld en er ook door de leiding weinig rekening werd gehouden met de mensen die de acties moesten uitvoeren. Daar kwam nog bij dat de leidende figuren een vrij overvloedig leven leden en er nooit gebrek was aan drank en voedsel. Na de oorlog heeft dit

Tragisch vooral door de manier waarop Hannie uiteindelijk is gearresteerd en ook geëxecuteerd in de duinen bij Overveen, enkele weken voor het einde van de oorlog. Na zoveel gewaagde en geslaagde verzetsacties liep Hannie uiteindelijk tijdens een gewone controle bij de Mauer Muur aan de Jan Gijsenvaart in Haarlem tegen de lamp op 21 maart 1945. Ze werd aangehouden om dat ze een pak illegale nummers van De Waarheid in haar tas had. Pas toen de Duitsers later ook haar pistool vonden kwamen ze er achter dat ze geen eenvoudige koerierster in handen hadden gekregen. Dat is het verhaal over de arrestatie dat heel lang de ronde heeft gedaan.

Maar lag het allemaal wel zo eenvoudig? Was het wel toeval dat Hannie Schaft juist op die dag, zo kort voor het einde, in de Duitse val liep en daar ook niet meer uitgeholpen kon worden?

opdrachten voor hebben uitgevoerd. Ook is bekend dat de meisjes, die georganiseerd waren in de links gedomineerde Raad van Verzet (RVV) niet echt blij waren met de sfeer binnen de Velser illegaliteit. De groepen in Velsen werden gedomineerd door zogenaamde politie illegalen, politiemannen die tezelfdertijd in het verzet zaten. Veel invloed ging uit van de OD, de Orde Dienst, een organisatie van vooral oud-militairen die al vroeg in de oorlog was opgericht. Doelstelling van de OD was het handhaven van de orde in Nederland als de Duitsers verslagen zouden zijn. De groep, die vanuit Londen werd geleid, was bang dat een eventueel machtsvacuüm na de bevrijding zou worden gevuld door socialisten en vooral communisten, die vanaf het begin een grote rol in het verzet speelden. Wat de OD eigenlijk van plan was wordt uitgelegd door de Noord Hollandse verzetsman Jan Brasser in het boek “Witte Ko” over zijn leven in het gewapend verzet.

veel beschuldigingen van corruptie en verrijking opgeleverd waarover een aantal rechtszaken is gevoerd. (Er is bijna 1.5 miljoen gulden spoorloos verdwenen).

Maar het ging nog veel verder dan alleen corruptie. In het vorige deel van de serie hebben we gezien dat de schrijfster Conny Braam in haar boek “Het Schandaal” van de theorie uit gaat dat de leidende figuren van het verzet in Velsen er, in opdracht van Londen, serieus werk van hebben gemaakt om communistische verzetstrijders uit te schakelen via aanslagen of door ze moedwillig aan de Duitse Sicherheidsdienst (SD) uit te leveren. Deze leidende figuren komen meest uit de hoek van de OD of andere Oranje verzetsgroepen.
Zo was de gewestcommandant Sikkel een ODer, de leiding in Haarlem had OD lid J.P. Weyburg, en de andere leidende figuren in Velsen waren allemaal zogenaamde politie-illegalen.


augustus 2004
19

 

Hoofdrollen werden gespeeld door de politiefunctionarissen Arend Kuntkes en Cees van der Voort. Toen de BS een feit was besloot de RVV commandant in de regio, Frans van der Wiel, wel mee te werken, maar hij weigerde informatie over zijn mensen aan de BS over te dragen. Hannie Schaft en Truus en Freddie Oversteegen vonden ook dat er te nauwe banden waren tussen de Velser politie illegalen en de SD in de Euterpestraat in Amsterdam. Dat er al veel eerder het nodige mis was binnen de Velser illegaliteit hadden zij geen idee van. Al op 21 januari 1943 werden 9 communistische verzetsmensen door de Velser politie illegalen opgepakt en naar Amsterdam overgebracht. Arend Kuntkes had hier een groot aandeel in en een voorstel van de verzetsmensen om gezamenlijk onder te duiken, en zo uit Duitse handen te blijven, werd door Kuntkes en zijn mannen afgewezen. Van de 9 gevangengenomen mannen werden er drie gefusilleerd, drie andere overleden in concentratiekampen en de overgebleven drie mannen overleefde de oorlog. Deze zaak werd na de oorlog onderzocht, zonder resultaat.

Tijdens de hongerwinter 1944-45 knapten Hannie, Truus en Freddie veel klussen op voor de Velser illegaliteit, hoewel dit vaak met tegenzin gebeurde. Het wantrouwen werd nog groter toen de meisjes door Kuntkes en Cees van der Voort een aantal keren naar Den Haag werden gestuurd om pakjes af te leveren bij politie illegalen daar. Er werd steeds bij gezegd dat het om “speciale opdrachten” ging en de orders werden zowel geven door Kuntkes als van der Voort. Op een dag tijdens een moeilijke tocht in de natte sneeuw besloten de meisjes om een pakje open te maken.

Groot was hun woede toen bleek dat er juwelen en tabak inzaten. Toen ze verhaal gingen halen werd gezegd dat de spullen gebruikt werden om SDers om te kopen. Maar het feit blijft dat ze hun leven waagden en in gevaar werden gebracht voor zoiets onbenulligs als omkoopgoederen. Na de ontdekking weigerden ze soortgelijke opdrachten uit te voeren. De twijfel over de oprechtheid van de illegale leiding in Velsen bleef knagen.

Toch bleven Hannie, Truus en Freddie opdrachten voor de Velser illegaliteit uitvoeren. Het waren ook geen makkelijke opdrachten, en achteraf gezien valt op dat juist voor klussen waar het gevaar van ontdekking groot was de RVV leden werden ingezet. Zo moesten Hannie, Truus en Freddie op kerstavond 1944 vijf kisten met munitie uit een duikbootbunker ophalen die door een Duitser aan het verzet waren gegeven. Twee mannelijke verzetslieden uit Velsen, die ze een stuk op weg hielpen en een omheining doorknipten, trokken zich daarna terug en lieten de meisjes de kisten in veiligheid brengen onder de meest barre weersomstandigheden en in een gevaarlijk gebied. De actie slaagde, maar het groepje was totaal uitgeput. We moeten er rekening mee houden dat dit soort zaken zich in de hongerwinter afspeelden en dat deze zware opdrachten werden uitgevoerd door jonge vrouwen die de ondervoeding nabij waren. Ook de lange fietstochten waren uitputtend. Vaak werden zij na afloop opgewacht door Kuntkes en van der Voort die naar drank stonken, grote sigaren rookten en blijkbaar geen enkel probleem hadden met de voedselschaarste.

Intussen begon de CPN zich behoorlijk

zorgen te maken over het vele werk dat de RVV strijdsters voor de Velser illegaliteit opknapten. Op een zeker moment kregen Hannie, Truus en Freddie opdracht van een CPN voorman in Haarlem, Kees de Rover, om alle banden met Velsen te verbreken. Als ze dit niet deden zouden ze geschorst worden. Dit speelde zich af in een periode toen het werk voor de RVV praktisch stil lag. Langzaam aan werden de sabotageacties hervat en kwamen er toch ook weer opdrachten van de BS, die via Velsen liepen. Dat er in Velsen echt sprake was van verraad werd pas duidelijk in januari/februari 1945. Een onervaren RVV groep geleid door de broers van der Haas voerde een overval uit op een boerderij waarvan werd gedacht dat de boer voedsel tegen woeker prijzen verkocht. Dit bleek onjuist te zijn, want de boer hielp het verzet en had ook onderduikers. Tijdens de overval kwam het tot een handgemeen en de boer werd door een lid van de groep doodgeschoten. Het voorval wekte de woede van het hele verzet op. De Velser politie illegalen besloten de groep te arresteren en op te sluiten voor zwarte handel. Via Freddie Oversteegen kreeg Cees van der Voort een lijst met namen van de groep in handen. Samen met Hannie heeft ze nog geprobeerd deze lijst terug te krijgen, maar van der Voort weigerde. De SD was al ingeschakeld en op 16 februari 1945 werden vijf leden van de groep opgepakt. De Velser illegaliteit wist dat dit ging gebeuren, maar heeft geen poging gedaan om te waarschuwen. Drie van de vijf arrestanten werden later gefusilleerd. Opnieuw vonden RVV leden de dood nadat ze door de Velser politie illegalen aan de SD waren uitgeleverd. Kuntkes en van der Voort, en hun bazen op de achtergrond, opereerde meer als

augustus 2004
20

 

een bende dan als onderdeel van het verzet.

In deze context moet ook de liquidatie van Gerdo Bakker op 19 maart 1945 worden gezien. Hij werd door de RVV strijdsters in zijn huis geliquideerd nadat hij als een verrader was bestempeld. De opdracht kwam van Cees van der Voort. Er werd gezegd dat Bakker sommen geld van Wehrmachtsaannemers, die zich bij het verzet probeerde in te kopen, had achtergehouden. Maar in feite was hij niet

Dit is een pure uitvlucht, hij gaf het adres niet in de overtuiging dat er niets mee zou worden gedaan. De enige conclusie kan zijn dat hij wel degelijk bezig was om Hannie in de val te lokken. Kort daarna krijgt Freddie Oversteegen opdracht om de Velser politieman Maas dood te schieten. Door omstandigheden ging deze actie niet door. Waarschijnlijk was ook dit een val, want na de oorlog bleek Maas goede maatjes te zijn met Kuntkes en van der Voort. Het kan zijn dat ook hij teveel wist, maar de kans is groter dat de Velser groep

leugen. Hannie wordt door de SD verhoord, geeft sommige van haar eigen acties toe, maar noemt geen enkele naam. Ondanks de angst, de wanhoop en de eenzaamheid blijft ze trouw aan haar principes.

Toen Hannie gearresteerd werd was er al een afspraak tussen het verzet en de Duitsers dat er geen mensen meer geëxecuteerd zouden worden. De bevrijding was dichtbij en er was al genoeg bloed vergoten. Verder is het een

veel meer dan de geldbode van Kuntkes en van der Voort, en is de kans groot dat hij moest sterven omdat hij teveel wist van zijn superieuren. Na de oorlog, in 1956, is hierover een proces gevoerd. Maar net als met zoveel andere zaken rond de Velser Affaire kwam het niet tot een resultaat.

Twee dagen na de liquidatie van Gerdo Bakker werd Hannie Schaft in Haarlem, op 21 maart 1945, gearresteerd met een pak nummers van de Waarheid. Toen ook haar F.N. pistool werd gevonden realiseerde de Duitsers zich dat ze een actief lid van het gewapend verzet in handen hadden. Er zijn geen bewijzen dat Hannie die dag in een val liep die door de Velser politie illegalen en de SD was opgezet.

De Velser Affaire is tot vandaag nooit helemaal opgehelderd. Steeds opnieuw werden feiten in de doofpot gestopt, onderzoeken afgebroken en getuigen bedreigt en geïntimideerd. Met de oorlog bijna 60 jaar geleden leven veel van de betrokkenen niet meer. Toch is het belangrijk om eindelijk, na zoveel jaren van zwijgen, de waarheid aan het licht te brengen. In een serie van drie artikelen proberen we de feiten rond de Velser affaire op een rijtje te krijgen. De schrijver gaat hierbij uit van de theorie dat er een “duivelspact” bestond tussen de zogenaamde Oranje illegaliteit, geleid uit Londen, en de Duitse Sicherheitsdienst om voor het einde van de oorlog zoveel mogelijk communistische verzetsstrijders uit te schakelen of te elimineren. Waarschijnlijk is deze handelswijze op meer plaatsen in het land toegepast. Hierover zoeken wij informatie. Alle informatie over communistische of andere linkse verzetsstrijders die op wat voor manier dan ook op een vreemde wijze in de val zijn gelokt is welkom. Er is een kans dat de Velser affaire opnieuw onderzocht zal worden, het zou in dat geval een enorme versterking zijn als zou blijken dat ook elders dingen op dit terrein gebeurd zijn die het daglicht niet kunnen verdragen. Reacties kunnen worden gestuurd aan het adres van dit blad.

Wel wordt er beweerd dat het toeval een grote rol heeft gespeeld in wat er kort daarna gebeurde. Zo zou de SDer Emil Ruhl bij toeval in het Haarlemse huis van bewaring zijn geweest, en daar bij toeval hebben vernomen dat er ook nog een meisje was opgepakt. Hij nam haar mee naar Amsterdam en kwam er in de auto als vanzelf op dat het om Hannie Schaft moest gaan. Allemaal toeval, of was Ruhl toch getipt door iemand? Een oud joods spreekwoord zegt dat toeval niet bestaat. Het is bekend dat Arend Kuntkes Hannie’s adres aan de SD had gegeven. Na de oorlog ontkende hij dit in eerste instantie, maar gaf het later toe. Volgens hem maakte het weinig uit want Hannie was immers niet op dat adres opgepakt.

hoopte dat Freddie net als Hannie tegen de lamp zou lopen.

Dat Hannie wel degelijk het slachtoffer is geworden van de Velser Affaire blijkt uit wat er na haar arrestatie gebeurde. Truus en Freddie gingen hulp zoeken bij Kuntkes en van der Voort. De twee reageerde laconiek. “Dat is het risico van het werk,” zeiden ze. “We zullen in de geest van Hannie doorwerken.” Pas toen de RVV zelf probeerde om Hannie te bevrijden schakelde van der Voort een bevriende politie illegaal in Den Haag in die voor de SD werkte. Deze man, Luursen genaamd, krijgt via SDers de verzekering dat Hannie niet zal worden doodgeschoten. Zo als zo veel dingen in deze zaak blijkt ook dit een

feit dat tijdens de hele bezetting de Duitsers nooit vrouwen in Nederland hebben doodgeschoten. Vrouwen die werden gepakt gingen naar een van de kampen in Duitsland, wat in feite de doodstraf op termijn betekende. Deze achtergrond maakt de executie van Hannie Schaft op 17 april 1945 in de duinen bij Overveen een uitzonderlijke zaak. De feiten zijn bekend; het bevel tot executie kwam van Willy Lages, het hoofd van de SD in Amsterdam. Vervolgens werd Hannie door de Duitser Mattheus Schmitz en de Nederlandse SDer Maarten Kuyper per auto, en in het bijzijn van andere SDers, naar een zandweg in de duinen gebracht. Daar werd ze door Kuyper met een


augustus 2004
21

 

machinepistool vermoord nadat de poging van Schmitz om Hannie met zijn pistool neer te schieten was mislukt. Ter plekke werd ze begraven.

Maar hoe kon het ooit tot deze executie komen terwijl de geallieerde legers al bijna in zicht waren? Er kan maar één verklaring zijn. De theorie, dat er een verbond bestond tussen delen van de illegaliteit, die door Londen werd geleid, en de Duitse Sicherheitsdienst om zoveel mogelijk communistische verzetsstrijders voor het einde van de oorlog uit de weg te ruimen, klopt. Het executiebevel werd geven door Willy Lages, hoofd van de SD in de Euterpestraat in Amsterdam. Dezelfde Euterpestraat waar, volgens de SDer Emil Ruhl, die Hannie vele malen verhoorde, een apart bureau bestond voor de jacht op communisten. Dezelfde Euterpestraat waar Kuntkes en van der Voort, en ook hun Haagse collega Luursen zulke goede contacten mee hadden. Die contacten werden meer malen ingezet om hoge conservatieve figuren vrij te krijgen. Maar toen er hulp moest komen voor Hannie Schaft was men niet thuis. De reden is duidelijk. Hannie, als zovele van haar kameraden, mocht de oorlog niet overleven.
Na het einde van de oorlog volgden de onderzoeken elkaar op, maar de daders zaten zelf in de Politieke Opsporingsdienst en de onderzoekscommissies of hadden daar hun vrienden. De doofpot waar toen alles in is verdwenen ging gepaard met bedreigingen en intimidaties waar velen eerlijke verzetsstrijders, inclusief Truus en Freddie Oversteegen, het slachtoffer van zijn geworden. Cees van der Voort ging zelfs zo ver dat hij de zusjes in Driehuis met zijn auto probeerde te overrijden. Daarom gaat het zwijgen door. Zelfs 60 jaar later nog.

Theun de Vries - Het meisje met het rode haar

Bronnen: Theun de Vries ‘Het meisje met het rode haar’, Truus Menger ‘Toen niet, Nu niet, Nooit’, Ton Kors ‘Hannie Schaft’, Otto Kraan/Jan Brasser ‘Witte Ko’.
Het Parool: mei 2004, De IJmuider Courant: 08-05-2004 en 18-05-2004, Noord Hollands Dagblad:
04-05-2004 en 10-05-2004

Deel 3 - De Amersfoortse connectie: de moord op Karl Fürgler

Bij alle onderzoeken en rapportages die betrekking hadden op de Velser Affaire is er over het algemeen vanuit gegaan dat het vooral om een plaatselijk of regionaal fenomeen ging. Maar als de theorie klopt dat er in de laatste jaren van de oorlog een soort “duivelspact” bestond tussen het zogenaamde Oranje verzet, geleid door Londen, en de Duitse Sicherheidsdienst om nog voor de zekere Duitse nederlaag zoveel mogelijk communistische verzetsstrijders te elimineren, kan het niet zo zijn dat dit hele gebeuren tot Velsen en IJmuiden beperkt is gebleven. Zeker is het waar dat IJmuiden een sterke linkse traditie had. Dat verklaart ook waarom het aantal slachtoffers in dit gebied opvallend hoog was. Maar ook in andere delen van het land zijn er incidenten geweest die verdacht veel lijken op de verraderspraktijken die in Kennemerland zo duidelijk naar voren kwamen.

Een goed voorbeeld is Amersfoort, en dan in het bijzonder de overval op het Amersfoortse distributiekantoor op 11 februari 1944. Het plan voor de overval kwam van de Amersfoortse LO/LKP, de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers/ Landelijke Knokploegen. De LKP werd in de praktijk de KP genoemd. De Amersfoortse KP werd geleid door ‘Bob’ Scheepstra, en zijn rol in de tragedie die volgde is altijd in duisternis gehuld gebleven. Drie weken

voor de overval nam de journalist Ignatius Plomp contact op met Roel Wolthuis, een ervaren verzetsman en lid van de Raad van Verzet (RVV). Plomp trad op als contactpersoon tussen de KP en de RVV. Hij vertelde Wolthuis van de plannen en dat de KP mensen te kort kwam voor de actie, omdat er een aantal KPers in Soest door de SD was gearresteerd. De vraag was of de RVV een aantal mensen kon “uitlenen” om de overval uit te voeren. De RVV stemde in met het verzoek en besloot 6 mensen te leveren die het gewapende gedeelte van de overval voor hun rekening zouden nemen. KPers zouden in feite alleen ondersteunend werk doen.

Het Amersfoortse distributiekantoor was gevestigd in een oud gebouw van het Stedelijk Gymnasium gelegen aan het Plantsoen West. Een nadelige ligging omdat ook het politiebureau in deze buurt te vinden was, en het gebouw van de Landwacht een straat verderop lag. Er moest dus met de nodige voorzichtigheid geopereerd worden. De KP leverde twee wachtposten (in een andere versie wordt er over 1 persoon gesproken) die buiten de boel in de gaten moesten houden. Het was bekend dat iedere avond om 17.45 uur ambtenaren en politiebewakers van de andere uitgiftebureaus naar het hoofdkantoor kwamen om de stamkaarten in te leveren. Er was afgesproken dat de overval zou plaats vinden als deze groep was vertrokken. De twee KP wachten moesten aan de RVV groep een sein geven als de ambtenaren en bewakers weer weg waren en de overvallers zouden dan in actie komen. De KP wachten gaven op een zeker moment inderdaad het afgesproken signaal en de RVV groep drong het gebouw binnen. Het was geen probleem om het gebouw binnen te komen en de aanwezige ambtenaren en politieagenten te overmeesteren. Maar toen dit een paar minuten aan de gang was stonden plotseling de ambtenaren van de buitenkantoren met hun stamkaarten en politiebewakers in het gebouw. Wolthuis:“De KP heeft ons er ingeluisd, ik kan er geen andere verklaring voor verzinnen.” De overvallers slaagden er in om de groep te overmeesteren, maar de NSB politieman Van de Kwast wist te ontsnappen. Hij rende naar het politiebureau en sloeg alarm. De KP wachten hebben geen enkele poging ondernomen om Van der Kwast tegen te houden of in te rekenen, wat wel hun opdracht was. Meteen na het alarm werd het distributiekantoor omsingeld door zestien gewapende politiemannen geleid door de NSBer van Breughem, die hoofd van de politie was en tijdens het schieten in de benen werd geraakt.

De overvallers besloten onmiddellijk te


augustus 2004
22

 

vluchten en er ontstond een schietpartij tussen de RVV mannen, die het gebouw probeerde te verlaten, en de politieagenten die langs de aflopende kant van de beek lagen. Tijdens het vuurgevecht raakte drie van de overvallers zwaargewond. Gijs Hofland werd door de politie in de Hellestraat neergeschoten en naar het ziekenhuis gebracht. Later ging hij naar de Weteringschans in Amsterdam en vandaar naar een Duits concentratiekamp waar hij is vermoord. Gerrit Kersten kon ontsnappen en zijn wonden werden verzorgd. Maar hij bleef wel zijn hele leven gehandicapt.

Karl Fürgler, een voormalige Duitse militair die uit de SS was gedeserteerd en zich had aangesloten bij het verzet, dekte de aftocht van zijn vrienden. Fürgler, een Oostenrijker, was in 1942 met een Amersfoortse vrouw getrouwd. Wolthuis en twee anderen konden door het dekkingsvuur ontsnappen via een achterdeur. Toen Fürgler zelf door de hoofdingang al schietend naar buiten liep werd hij getroffen in zijn been en lies. Ondanks zijn verwondingen bereikte hij een klein pension in een zijstraat, waar hij vaker onderdook en werd door twee vrouwen op de vliering verborgen.
De eigenaar van het pension, Alblas, is bij de politie uit angst gaan melden dat er iemand in zijn pand was die gewond was geraakt. Twee agenten gingen dit onderzoeken. Intussen was inspecteur
A. J. Hafkamp in dienst gekomen en hij ging zich, tegen de gebruikelijke praktijk in, met de zaak bemoeien. Toen de twee agenten die naar het pension waren gestuurd om 19.30 uur nog niet terug waren ging Hafkamp zelf poolshoogte nemen in de Scherbierstraat. Volgens zijn latere bewering dacht hij dat de overval door zwarthandelaren was gepleegd en niet door het verzet. Hafkamp had een vreemde reputatie. Hij had contacten met de illegaliteit en dook in het laatste deel van de oorlog onder, maar was, volgens een andere Amersfoortse politieman, ook betrokken bij het overbrengen van joden en politieke gevangenen uit Kamp Amersfoort naar Bentheim, net over de Duitse grens. Daar werden de gevangenen overgedragen aan de Duitse autoriteiten.

Aangekomen in de Scherbierstraat zag Hafkamp een volksoploop bij het pension

en ging naar binnen. Hij klom naar de vliering en eiste dat Fürgler zich overgaf. In het donker kon hij de gewonde niet zien. Zijn versie van het gebeuren is verschillende keren gewijzigd. Hij heeft steeds beweerd dat hij hoorde dat Fürgler de slee van zijn pistool overhaalde. Hij zou toen voor zijn leven hebben gevreesd en Fürgler met een pistoolschot hebben gedood. In sommige verklaringen heeft hij beweerd dat hij nog twee waarschuwingsschoten had afgevuurd voor dat hij raak schoot. Andere agenten ter plaatse hebben deze schoten nooit gehoord. Hafkamp had meteen raak geschoten. De kogel trof Karl Fürgler in het hart en hij was op slag dood. Toen Wolthuis na de oorlog hoorde wat er precies was gebeurd diende hij en de andere RVV overvallers een aanklacht tegen Hafkamp in.

Er werd een onderzoek ingesteld, onder meer door de Woudenbergse verzetsman Gerrit Kleinveld, die bij de Politieke Opsporingsdienst zat en hij vond veel belastend materiaal tegen Hafkamp. Eind juli 1945 zou Hafkamp worden gearresteerd. Maar de vogel was gevlogen. Hafkamp was enkele dagen eerder als vrijwilliger naar Borneo vertrokken. Volgens Kleinveld was Hafkamp getipt door zijn baas commissaris Goorhuis, die in de zuiveringscommissie zat en wist wat er ging gebeuren. In zijn afwezigheid besloot de zuiveringscommissie dat Hafkamp uit de dienst ontslagen moest worden, maar wel zijn rechten kon behouden. Deze uitspraak hield echter geen stand want op 22 augustus 1947 stuurde de toenmalige minister van justitie een bericht naar Amersfoort dat hij geen reden zag om Hafkamp te vervolgen. Een jaar later kon Hafkamp veilig naar Nederland terugkeren, en ging hij weer dienst doen bij de Amersfoortse politie. In 1950 werd hij zelfs gepromoveerd tot korpschef in Gorkum. Een beloning voor bewezen diensten misschien? Want dat Hafkamp over een aantal dingen had gelogen is bewezen. Zijn bewering dat hij pas op het bureau van de overval hoorde werd onderuit gehaald door een aantekening in het dagrapport waarin de wachtcommandant Keuken noteert dat hij Hafkamp per telefoon op de hoogte stelde.

Ook zijn bewering dat hij niets met de NSB te maken had bleek een leugen. Uit correspondentie is gebleken dat hij bestuurslid was van de politiebond van de NSB, de Kameraadschapsbond van de Nederlandse Politie. Met de klacht die door Wolthuis en zijn vrienden was ingediend werd echter niets meer gedaan.

Het bleef stil tot 1968 toen Hafkamp tegen de Haagsche Post zei dat het bij de overval op het distributiekantoor om “een stelletje communisten en zwarthandelaars was gegaan.” Volgens hem had Fürgler “niet lang meer te leven” toen hij hem doodschoot. Uit woede over deze uitspraak trokken Wolthuis en andere leden van de RVV naar het pension in de Scherbierstraat en hingen een rouwkrans op de deur. Op een metalen plaatje stond geschreven “Op deze plaats werd op 11 februari 1944 vermoord, de illegale werker Karl Fürgler. Als medestrijder aan een overval op het voormalig distributiekantoor wist hij, hoewel gewond, hierheen te vluchten, waarna de Nederlandse politie officier Hafkamp hem opspoorde en als een hond afmaakte.” Op deze manier probeerde de verzetskameraden de zaak te heropenen. Dit lukte niet en Hafkamp diende een aanklacht tegen Wolthuis in voor smaad.

Wolthuis blijft er bij dat de overval verraden was, een mening die wordt gesterkt door het feit dat op de avond van de gebeurtenissen in het centrum van de stad, de SD het gebied rond een Montessorischool aan de Utrechtseweg afzette. Het plan was geweest om de buit van de overval naar deze school te brengen. Er wordt beweerd dat de SD op zoek was naar verboden radio’s, maar dit kan niet de volledige verklaring voor de afzetting van het gebied rond de school zijn. Wolthuis: De SD was dus op de hoogte van de overval en kan die informatie alleen uit KP-kringen hebben. Kort daarvoor had de SD in Zeist de vrouw van Scheepstra gearresteerd. Ze is na de overval vrijgelaten. Ik verdenk er Scheepstra nog altijd van dat hij daar iets mee te maken heeft gehad.”

Daar komt nog bij dat in verschillende uitspraken in de pers KP leider Bob Scheepstra Hafkamp in bescherming


augustus 2004
23

 

heeft genomen en zelfs beweerde dat hij voor de illegaliteit werkte. Hiervan is weinig bewijs te vinden. Scheepstra beschikt ook over het geheime dossier over de zaak, een document dat de RVV groep nooit in handen heeft gekregen. Uit het dossier zijn een aantal belangrijke documenten verdwenen, waaronder het arrestatiebevel tegen Hafkamp en de verklaring van de pensionhoudster, die Fürgler had geholpen, dat ze door Hafkamp hardhandig was verhoord en met een pistool bedreigt.

De hele zaak heeft veel wantrouwen doen ontstaan tussen de RVV en het Oranje verzet. De RVV werd nog voorzichtiger en de zwijgplicht werd versterkt. Dit heeft tot ver na de oorlog doorgewerkt zelfs tot de dag van vandaag. Waarschijnlijk heeft deze handelswijze veel levens gered. Door de vele veiligheidsmaatregelen heeft de RVV in Amersfoort bijna niemand meer verloren. Dat de maatregelen geen overbodige luxe waren werd duidelijk toen

RVV strijder Roelof Beverwijk, de rechterhand van RVV commandant Rinus van der Spaa, kort voor het einde van de oorlog even, tegen de orders in, naar zijn eigen huis ging. Hij werd verraden, gepakt, tijdens het verhoor mishandeld en later vermoord.

Ondanks het feit dat de verliezen onder communistische en socialistische verzetsrijders in Amersfoort minder hoog waren dan in Velsen en IJmuiden zijn er wel degelijk overeenkomsten. Net als in Kennemerland “leende” de KP leden van de RVV om het meest gevaarlijke werk op te knappen. Alles wijst er op dat de RVVers bij de overval in een val zijn gelopen die met toeval niets te maken had. Ook was er in Amersfoort sprake van een politiefunctionaris, Hafkamp, die voorgaf voor de illegaliteit te werken, maar intussen fanatieke inzet voor de bezetter toonden en het vooral op communisten gemunt had. Net als in de Velser Affaire werd Hafkamp door de leider van de KP in bescherming

genomen en werd er geknoeid in het werk van de zuiveringscommissie. Ook de burgemeester kwam de politieman te hulp, en de hele zaak verdween in de doofpot. Dit alles past in de theorie dat er wel degelijk jacht werd gemaakt op vooral communistische verzetsstrijders. Het zou interessant zijn om er achter te komen in hoeveel andere plaatsen dit het geval is geweest. En hoeveel levens dit uiteindelijk heeft gekost. De verantwoordelijken voor deze praktijken zijn niet meer aan te pakken, omdat de meeste niet meer in leven zijn. Maar dat het tot het hoogste niveau ging is intussen duidelijk. Daarom is het ook zo belangrijk om de waarheid als nog te achterhalen. Als een eerbetoon aan de mensen die door deze meest schandelijke vorm van verraad hun leven hebben verloren.

Bronnen: Amersfoortse Courant 03-05-1997, 27-03-1999, 01-05-1999
Joop Bloemhof Amersfoort 40-45 Delen 1 en 2

Zie ook: Reportage uit Uitzending Brandpunt 3 november 2013.

augustus 2004
achterpagina
24