AFVN

Nog minstens 1300 'Indische oorlogsmisdadigers' leven vrij in Nederland

BUSSUM, 14 mei 2017 - Er leven in Nederland nog ongeveer 1.300 'Indische' oorlogsmisdadigers vrij en onberecht. Dit zijn Nederlandse soldaten die dienden in voormalig Nederlands-Indië tussen 1945 en 1949.

Dat stellen de AFVN/BVA en de Stichting Comité Nederlandse Ereschulden. De twee organisaties baseren zich op het deze week in de Tweede Kamer behandelde jaarverslag 2016 van de Veteranenombudsman. De ombudsman schat dat er in totaal nog 13.000 'Indische' veteranen leven. Van hen zijn volgens de AFVN/BVA ongeveer de helft, 6.500 man, overigens directe getuigen geweest van deze wandaden, maar hebben hun mond gehouden.

Volgens de AFVN/BVA en de SCNE zijn er onder deze veteranen uit de laatste koloniale oorlog die Nederland voerde, ten minste 10% oorlogsmisdadigers die feitelijk en in eigen persoon hebben deelgenomen aan zeer gewelddadige acties. De bond stelt daarom dat ongeveer 1.300 van hen 'hoogstwaarschijnlijk' daders zijn van ernstige wandaden tegen burgers, waaronder standrechtelijke executies en moord. De bond baseert zich mede op de wetenschappelijke studie van dr Rémy Limpach over de koloniale oorlog, die in september 2016 verscheen, getiteld 'De Brandende kampongs van Generaal Spoor'.

Het ging dan om wandaden vooral tegen burgers en ook opstandelingen. Onder mee weduwen van ruim 400 in 1947 vermoorde mannen van het dorp Rawagedeh op Java hebben daarover getuigd. De Nederlandse rechtbank heeft hun verklaringen geaccepteerd en de weduwen in 2011 recht op schadevergoedingen toegekend.

Voorzitter Jeffry Pondaag van de Stichting Nederlandse Ereschulden, die zich met rechtsherstel van de gevolgen van de koloniale Indische oorlog bezighoudt en samen met advocaat Liesbeth Zegveld de rechtszaak tegen de staat won, stelt: 'Het is wel van groot belang dat zij of hun Veteranenplatform deze waarheid erkennen en dat er moreel schoon schip wordt gemaakt,' benadrukt Pondaag. 'Ook moet er eindelijk rehabilitatie komen voor de dienstweigeraars van toen, die vaak onterecht zeer harde gevangenisstraffen van soms 7 jaar hebben gehad,' zegt de voorzitter. Pondaags stichting werkt in de Indië-zaak sinds vorig jaar samen met de AFVN/BVA.

'Het is niet onwaarschijnlijk dat er onder de 13.000 Indië-veteranen die nu nog leven, ook daders zitten die aan onder meer deze moordpartij op burgers deel hebben genomen. Maar van deze Nederlandse oorlogsmisdadigers is er nooit één berecht', zegt woordvoerder Arthur Graaff van de AFVN/BVA. Of deze mannen, die allemaal in de 80 of ouder zijn, nog berecht moeten worden, weet de woordvoerder niet.

Op basis van deze cijfers zijn er volgens de antifascisten ook zeker 6.500 directe getuigen van de oorlogsmisdrijven nog in leven. Zij dragen kennis van vaak zeer zware misdrijven, aar hebben volgens de AFVN/BVA altijd hun mond gehouden. Een uitzondering is 'Indische' soldaat en latere professor in de psychologie dr Joop Hueting, die in 1969 al in een tv-interview met de VARA bevestigde dat er oorlogsmisdrijven op grote schaal waren gepleegd.

De antifascisten beroepen zich op de uitvoerige wetenschappelijke studie van Limpach. Zijn dissertatie verscheen in november 2016 als basis voor zijn promotie aan de universiteit van Bazel, en hij kreeg wetenschappelijke steun van de universiteit van Leiden en de Vrije Universiteit in Amsterdam.

De studie omvat 1100 pagina's, waarin Limpach zorgvuldig op basis van archiefstukken uit Nederland documenteert welke gruwelen er tussen 1945 en 1949 gepleegd zijn. Dat blijken er duizenden te zijn, met duizenden doden als gevolg. Limpach is in dienst van het ministerie van Defensie, dat verder onderzoek naar de oorlogsmisdaden heeft goedgekeurd. De AFVN/BVA en de SCNE echter achter de wetenschappelijke documentatie van Limpach 'ruim voldoende en zeer overtuigend' om tot een oordeel te komen.

Limpach noemt het uitzonderlijke geweld in zijn studie nadrukkelijk 'structureel', en wijst o.m. generaal Spoor, de opperbevelhebber in toenmalig 'Indië', aan als eerste verantwoordelijke. Spoor wist volgens Limpach van vrijwel alle wandaden, maar trad er nooit tegen op, uitte geen kritiek en dekte in vrijwel alle gevallen zijn mannen, ook als het om duidelijke gruwelijke excessen ging..

Spoor werd door de toenmalige regering nooit bekritiseer. Hij werd in 1949 in Indonesië vergiftigd. Voor hem is in 1995 een erepaviljoen opgericht in Roermond bij het monument voor de gevallen Nederlandse soldaten in Indië. Deze verering achten de antifascisten overigens 'onacceptabel' en beschouwen Spoor als 'Nederlands grootste oorlogsmisdadiger'.

Ondanks de studie van Limpach vallen Spoor en de andere gesneuvelde oorlogsmisdadigers nog steeds onder de officiële definitie van mensen die als 'Nederlandse gevallenen' op 4 mei op de Dam mede herdacht worden. De antifascisten betreuren dat in hoge mate en willen dat element van de herdenking op 4 mei afschaffen en deze beperken tot louter de slachtoffers uit WO-2.

Zij verwijzen naar de bedoelingen van de stichters van het monument, en de jaartallen 1940 en 1945 die volgens de antifascisten als een soort 'gebruiksaanwijzing' op de achterzijde van het monument op de Dam gebeiteld zijn.


LINKS:
vergadering Tweede Kamer
https://www.tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/commissievergaderingen/details?id=2017A00782

Jaarverslag 2016 Veteranenombudsman
https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=939aea03-1961-4ad9-aff0-c6bf874c40c8&title=Verslag%20van%20werkzaamheden%20Veteranenombudsman%202016.pdf