FIR-nieuws

Fédération International Résistance

Berlijn, 15.1.2007

Geachte Ministerpresident Ansip,

Met verontwaardiging en verbittering hebben wij, de Internationale Federatie van Verzetsmensen (FIR), koepelorganisatie van oud-verzetsstrijders, partizanen, leden van de anti-Hitlercoalitie, vervolgden door het naziregime en antifascistische organisaties in Europa en Israël, uit een persbericht moeten ervaren, dat het parlement van Estland op 10 januari 2007 met grote meerderheid een ‘Wet over de bescherming van soldatengraven’ afgedankt heeft, waarmee in de realiteit het ontwerp van Sovjetgedenkplaatsen in het land en de »herbegraving« van Sovjetgevallenen verbonden is.
Concreet genomen zullen de sterfelijke overschotten van soldaten van de Sovjet-Unie - die tijdens de bevrijding van Tallinn van Nazi-troepen gevallen zijn - uit de weg geruimd worden, en in de nabijheid van een centraal in de stad gelegen monument bijgezet worden.
Het monument zelf zal eveneens echter weggesleept worden. In krantenberichten wordt u, als minister-president, geciteerd met de uitspraak dat het bij de gedenkplaats van de gevallen Sovjetsoldaten in Tallinn zou gaan om een symbool van de Sovjetbezetting van Estland.
Daarvoor zou geen plaats zijn in de hoofdstad.

Deze beraamde ontering van waardige gedenkplaatsen voor degenen, die hun leven ingezet hebben om Europa van de gesel van het fascisme te bevrijden, stuit ons tegen de borst.

Dit is in onze ogen een zwaarwegend vergrijp tegen de democratische beginselen van Europa en het gaat lijnrecht in tegen de waarden van de Europese eenwording. In het bijzonder verontwaardigd zijn we over het feit dat aan de andere kant afgelopen zomer veteranen van de 20ste SS-Divisie in de Estlandse plaats Sinimae gedenkplaatsen voor SS-aanhangers uit België en Nederland konden inwijden.
Wij zullen onze aangesloten organisaties inlichten over dit schandalige voorval en verwachten van u, dat dit wetsontwerp niet gerealiseerd zal worden.

Hoogachtend,

Michel Vanderborght, Präsident
Dr. Ulrich Schneider, Generalsekretär

------------------
Persbericht:

Over Holocaustontkenning

De Internationale Federatie van Verzetsmensen (FIR), koepelorganisatie van oud-verzetsstrijders, partizanen, leden van de anti-Hitlercoalitie, vervolgden door het naziregime en antifascistische organisaties in Europa en Israël, begroet met instemming het voorstel van de Duitse minister van justitie, Brigitte Zypris, in de periode dat Duitsland het EU–voorzitterschap heeft, binnen de gehele EU strafrechtelijke vervolging van feiten, als ophitsing tot rassenhaat en ontkenning van de Holocaust, in te voeren.
"In het licht van de schandelijke conferentie over de Holocaust-leugen in Teheran, maar ook gezien de onbeschrijflijke provocaties van de NPD-afgevaardigden in de deelstaat Saksen, is dit voorstel een eerste stap in de richting van uitvoering van de voorstellen van de FIR tegen de opkomst van extreemrechtse krachten in Europa, die onze Federatie in de afgelopen herfst heeft gedaan“, zo verklaarde de secretaris-generaal van de FIR, dr. Ulrich Schneider, tegenover de pers.
Nu komt het erop aan, dergelijke verboden door middel van maatschappelijke initiatieven meer publiekelijke onderbouwing te geven. Derhalve eist de FIR van politiek verantwoordelijken in alle Europese landen en in de EU het optreden tegen racisme, antisemitisme, neofascisme en extreemrechts in verschillende variëteiten, met meer politiek gewicht te bekleden. Er moeten meer middelen voor burgerinitiatieven en maatschappelijke projecten tegen racisme en xenofobie, vóór versterking van democratie en dialoog, beschikbaar gesteld worden,“ aldus de verklaring van de FIR.

Vertaling: Piet Schouten

AFVN