Auschwitz Nr. A - 25236

Eén van de verhalen uit Enkele van de 55 miljoen

In Auschwitz bleef de trein staan. Einde van de reis en einde van mijn 24-jarig leven.

Mijn bril nam ik op de ‘Rampe’ (perron) af nadat wij de veewagens waren uitgeknuppeld. Hij besloeg door de stoom uit de locomotief. Dan werden we voortgeslagen naar het einde van het perron. Daar stond Mengele met een paar kampartsen. Dat was de keuze tegen een -tijdelijk nog- leven en de directe gang naar de gaskamers. Voor het nog te verrichten werk had men niet zoveel mensen meer nodig. Het was 1944 en de oorlog was voor Duitsland al verloren. Daarom werden door Mengele alleen de meest fitte mensen tot het leven in Auschwitz veroordeeld. Ook brillendragers waren niet de meest fitte. Maar ik had mijn bril af. Zo kwam ik bij de voorlopig levenden. Wat was erger?
We werden voortgedreven naar het kamp. Door de poort, waarboven in een boog de spreuk stond: ‘Arbeit macht frei’. Toen we binnen waren, klapte ook die laatste valdeur achter ons toe.
Wat er verder gebeurde is een persoonlijke ervaring. Men moet goed begrijpen, dat in elk kamp de omstandigheden verschilden. Iedereen heeft het anders beleefd. Ik elk kamp waren de bewakers verschillend. Elke dag was ook weer anders. De goeie of de kwade bui van de SS-ers kon over je leven beslissen. Elke gevangene onderging het lot ook anders. Na de oorlog en na onze terugkomst zijn er hele discussies opgezet of de naakt uitgekleden wél of niet een stukje zeep meegegeven werd om te gaan ‘douchen’.
In het ene kamp gebeurde dat wél, in het andere niet. Dat stukje zeep werd gegeven om de mensen te overtuigen dat ze in een douche kwamen. Men had ze er natuurlijk ook zonder zeep in kunnen slaan, maar zo gaf het minder moeite.

We kwamen - ik spreek nu uitdrukkelijk over het Lager Birkenau, een ‘Nevenkamp’ van Auschwitz - in barakken, waar we in kribben, drie boven elkaar, moesten liggen, maar 8 tot 10 personen was daar normaal. Met per krib 2 of 3 dekens. De allersterksten sliepen onder die dekens. Bij de toegangsdeur van de barak stond een bord met het opschrift ‘Halte dich sauber’, terwijl het binnen stikte van de luizen.

EENVOUDIG
De dagindeling was eenvoudig. ‘s-morgens vroeg moest je aantreden, om 4 uur, voor het appel op de binnenplaats.

In de bittere kou stond je dan urenlang in de houding, in de sneeuwjacht of in de regen. Wanneer de bewakers en de officieren eindelijk kwamen aanslenteren, werden de gevangenen geteld en nog eens geteld. Soms klopte het aantal wel, soms niet. Dan begon alles weer opnieuw. 's Morgens en ‘s avonds.

Oudere mensen bezweken vaak en vielen om. Ze werden dan hardhandig afgerost, tot ze bewusteloos -of dood- weggedragen moesten worden. Dit kon bij de nog levenden, als het vaker voorkwam, de gaskamer betekenen.

Na het appèl werd het eten rondgedeeld: een klein stukje brood voor de gehele dag en soms wat salami of een stukje Harzer kaas. Daarna naar de barak terug en de dag verder wat rondlummelen.

Soms moesten we graszoden van de ene naar de andere plaats brengen. Waarom, is me niet in herinnering gebleven. Zeker niet om het ons behaaglijker te maken, want op het terrein liep je tot aan de enkels in de modder. We leefden eeuwig, van uur tot uur in angst. Vooral bij de ‘tussen-selecties’. Dan moest je naakt voor de SS opmarcheren en wie te mager was, verdween naar de gaskamers. Zelf heb ik 3 maal een selectie meegemaakt. Drie maal kwam ik er door. De sterksten moesten werken in de munitiefabrieken. Ik kwam in het vroegere Sudetenland terecht. Dit kamp heette Kratzau 11.

Dit was in december 1944. Men wilde zoveel mogelijk het kamp evacueren. Het Rode Leger naderde. Half januari 1945 is Auschwitz bevrijd.

HOE WAS HET MOGELIJK?
TERUG NAAR BIRKENAU

Als je ‘s avonds op je krib van honger, kou en de afgrijselijke luizenplaag niet kon slapen, dacht je over je toestand na. Hoe was het mogelijk, dat je in zó’n hel terechtgekomen was. Wat was dit voor onmenselijke wereld?

Natuurlijk, al voor de bezetting wisten we door de joodse emigranten iets af van het drama dat zich in Duitsland voltrok. Maar dat ons hetzelfde zou overkomen, nee, dat zagen we nog niet. Bij de bezetting in 1940 begon de twijfel te komen. Rijke joden redden zich nog voor veel geld naar Engeland en Amerika, zij wisten kennelijk ook meer. Mijn moeder was een drukke zakenvrouw met drie grote filialen in elektrische apparaten enz.

Ik kreeg een goede opvoeding met voortgezet onderwijs.
De deportaties waren nog niet begonnen, maar de maatregelen tegen de joden wel. Zo mocht ik niets anders doen dan werken in een joods gezin. Dat deed ik als kinderverzorgster en dienstmeisje. Half juni 1942 fietste ik van mijn werk naar huis -in de Maasstraat- terug, toen ik op de hoek van de Maasstraat en de Jekerstraat werd tegengehouden door een politieagent. Ik schrok natuurlijk: politie, en mijn jodenster zat alleen maar met een veiligheidsspeld vast op mijn jurk. Ik kon zien dat mijn moeder en broer op een Duitse wagen werden geladen. (Mijn vader was al lang geleden gestorven). Het bleek dat moeder de politieagent had verzocht -hoe weet ik ook niet- mij op te vangen, anders had ik natuurlijk ook mee gemoeten.

ONDERDUIKEN
Wat was er gebeurd? Mijn moeder bleek enkele waardevolle dingen uit ons huis in veiligheid te hebben willen brengen bij niet-joodse vrienden. En dat was streng verboden. De politieman gaf me het adres van een voorlopig onderduikadres. Voortdurend moest ik weer naar een ander adres, tot ik -door loslippigheid- gepakt werd. Later hoorde ik, dat moeder en broer Jacques eerst 6 weken gevangenis hebben gekregen en daarna bij de eerste transporten zijn weggevoerd. Mijn moeder in ieder geval naar Auschwitz. Van mijn broer weet ik niets zeker. Ze zijn in elk geval niet teruggekomen.
Ik werd twee keer opgepakt en kwam in het voorportaal van de dood terecht: de Hollandse Schouwburg. Twee maal is het mij ook gelukt er uit te komen. Hoe? Dat is voor u niet belangrijk. Voor mij wél natuurlijk, maar het zijn persoonlijke ervaringen die de georganiseerde uitroeiing niet beïnvloedden.
Na een paar dagen verhoor, toen ik de laatste keer ‘gepakt’ werd, in een huis aan het Oosterpark, en een paar dagen in het huis van bewaring aan de Weteringschans had gezeten, werd ik met anderen per tram naar het CS vervoerd. Van daar ging het naar Westerbork. Daar heb ik vier maanden doorgebracht. Tenslotte ging ik ook op transport, richting Auschwitz. Precies weet ik het niet, maar die tocht moet 3 à 4 dagen geduurd hebben. In veewagens. Elke keer als we ergens stopten, werd een deel van onze bagage door SS-ers weggenomen, zodat ik met een klein koffertje op het eindpunt aankwam, de grote koffers waren al verdwenen.


november 2004
De Anti Fascist
24

 

'ARBEIT MACHT FREI'

vernietigd en ik had geen bewijzen.
Daar stond ik dt Nationaal Volksherstel 3 maanden lang een uitkering van f 80,- per maand. Daarna moest ik mezelf maar zien te redden. Van. Hulp, ja dat wel.
Ik kreeg van hean mijn uitgebreide familie van ooms, tantes en neven was niemand teruggekomen. Ik kreeg wel werk als kinderverzorgster, maar dat werk was me nu toch wat te zwaar geworden.

NASLEEP
U, redactie van de Anti-Fascist, hebt me verzocht wat te schrijven over het kamp Auschwitz zelf. Maar ook de nasleep behoort daartoe, daarom heb ik dat vermeld.
Maar daarmee zijn we er nog niet.
U staat nog steeds in de strijd -zoals wij- tegen het weer opkomend fascisme. In 1965 was er een openbare vergadering van het Nederlands Auschwitz Comité, waarbij ook de heer Wim Klinkenberg, journalist, aanwezig was. Hij was al geruime tijd

Daar zat ik dus in het vernietigingskamp. We werden geregistreerd. Alles gaat bij de Duitsers gründlich. In een lange rij voor de ‘Schreibstube’, we werden op kaart gezet, maar om vergissingen te voorkomen, werd ons kampnummer in onze armen getatoeëerd.

HET LAATSTE TRANSPORT
Ik was bij het laatste transport naar Auschwitz. Dat vertrok op 12 september 1944. De mensen van de vorige transporten kregen hun tatoeage op de onderarm, bovenop. De SS-ers, die begonnen te twijfelen aan de overwinning, pasten bij dit laatste transport een andere techniek toe. We moesten ons nummer wel getatoeëerd krijgen, maar dan aan de binnenkant van de onderarm, in kleinere cijfers. Dat nummer is bij mij nog groot genoeg!
Onze kleren moesten we uittrekken. Die gingen als ‘Liebesgabe’ naar uitgebomde Duitsers. Wij kregen lompen aan met een rode meniestreep op de rug Mijn ‘jurk’ was veel te lang en ik struikelde daarom voortdurend. Een vriendin, die zeer grote borsten had, kreeg een veel te nauwe jurk, die dan ook prompt openbarstte, waardoor één borst bloot uit de scheur hing. Kortom: zoals in alle kampen was de bedoeling je menselijke waardigheid te vernietigen. Daardoor ook konden in de barakken gevechten ontstaan over een stuk brood; had je haat en nijd en vriendinnenkliekjes. Bij die doelbewuste vernedering behoorde in Birkenau o.a. het afscheren van hoofd- en schaamhaar.

Bevrijd werden we door de Russen. We waren vrij te komen en te gaan buiten het prikkeldraad. Ik heb wat buiten het kamp gelopen en ben toen, 24 kilo zwaar,

opgenomen in een ziekenbarak. De verpleegsters daar praatten nog vol bewondering over Hitler.
Daarna kwam ik in een ander ziekenhuis. Daar waren Amerikanen en later Nederlandse ambtenaren, die naar overlevende Nederlanders zochten, want het gebied zou weldra door de U.S.S.R. worden overgenomen.

ARIER
Met een militair vliegtuig werd ik naar het vliegveld Eelde vervoerd. Het eerste wat de verpleegster vroeg: ‘Wilt u sigaretten of chocola? Ik rookte niet, maar keek toch. Het merk sigaretten heette ‘Ariër’...
Later mocht ik van de dokter voorzichtig in de zon gaan wandelen. Mijn haar was nog niet aangegroeid en daarom had ik -vrouwelijke ijdelheid- een hoofddoekje om. Als ik in de straten van Eelde liep, werd ik daarom nageroepen met ‘Moffenhoer’.
Op een dag sprak ik een politieagent aan en vertelde mijn ervaring in het dorp. Die man gaf het door aan het gemeentebestuur en de gevolgen waren verrassend. Elk huis werd bezocht en de situatie uiteengezet. Bij mijn volgende wandelingen werd er bij elk huis op het raam getikt. Ik moest dan binnenkomen en kreeg zoveel eten aangeboden als ik lustte. Maar dat was niet meer nodig, want ik was intussen 32 kilo zwaar geworden en zoveel eten mocht ik ook niet. Ja, dan natuurlijk terug naar Amsterdam. De drie filialen van mijn moeder waren overgenomen door een Duitse ‘Verwalter’, mijnheer Zimmerman. Hij woonde in een riante villa in Zandvoort en ik heb daar de dure meubels van mijn moeder zien staan. Ik kon niets terugkrijgen. Niet hij maar ik moest bewijzen dat de spullen van ons waren. Zimmerman had natuurlijk alle rekeningen

bezig met het Auschwitz-proces in Frankfort/Main. Er bleken daar geen getuigen à charge aanwezig te zijn, omdat de rechters dachten -zeiden ze- dat er toch geen overlevenden waren. De hoofdaangeklaagde, Dr. Lucas, had alleen getuigen à decharge. De rechtbank is toen duidelijk gemaakt, dat er wel degelijk overlevenden waren en met tegenzin hebben de rechters toen moeten toegeven. Een vriendin en ik werden als getuigen opgeroepen. Al toen ik in het vliegtuig zat, werd mijn man door een Duitser opgebeld, dat hij er maar beter aan deed, zijn vrouw direct terug te laten komen, want anders... De hoorn werd op het toestel geklapt.
Mijn man had het daar natuurlijk moeilijk mee. Maar hij heeft niet gebeld of getelegrafeerd. Hij kende me genoeg om te weten, dat ik toch niet terugkwam. En dat we er alleen maar ruzie om zouden krijgen. Intimidaties, daar had ik genoeg van.

Het proces vond plaats in een verenigingsgebouw (Gallus). Tijdens de lunch zaten daar nog verschillende oorlogsmisdadigers met ons in dezelfde zaal te eten. Zij waren nog niet veroordeeld. Ook in de wachtkamers voor getuigen zaten we samen met de getuigen à decharge (SS-ers en ander tuig).
Mijn vriendin en medegetuige kon Dr. Lucas in de rechtszaal direct aanwijzen.

15 JAAR
Zij was als meisje van 15 jaar werkzaam bij het Kanada-kommando. Zij moest de kleding sorteren van de mensen die vergast werden en hen de nog verborgen sieraden afnemen.


november 2004
De Anti Fascist
25

 

Ik kende Dr. Lucas ook, doordat hij op de kampstraat gegroet werd door zijn medewerkers. U begrijpt dat hij zich nooit aan mij heeft voorgesteld. Hij selecteerde dan in de ba-rakken. Er zijn vele chicanes geweest bij dit proces. Goed, mijn nummer stond duidelijk in mijn arm getatoeëerd, maar de rechters zeiden, dat dat nummer niet overeenkwam met de nummers, die op een bepaalde datum werden uitgegeven. Later moesten ze toegeven, dat het op een misverstand berustte.
De laatste keer dat Lucas in onze barak selecteerde, koos hij ca. 100 vrouwen uit. Die hebben ze nooit teruggezien.
Lucas kreeg 3 jaar gevangenis met aftrek van voorarrest. Hij was weer vlug vrij en oefende in Sleeswijk-Holstein een bloeiende en dure artsenpraktijk uit.

AUSCHWITZ: het is nagenoeg niet te beschrijven. We zagen de schoorstenen van de verbrandingsoven roken en de stank van verbrand mensenvlees sloeg neer op het kamp. Je keek naar die schoorstenen en wist, dat jij ook elk ogenblik aangewezen kon worden om letterlijk de pijp uit te gaan.
Wanneer het aantal vergasten de capaciteit van de verbrandingsovens te boven ging, werden de lijken op een hoop gegooid en buiten verbrand. De vergassing werd gevolgd door een strenge controle van wat er misschien nog haalbaar was. Gouden tanden werden uitgetrokken, de anus en de vagina werden gecontroleerd op mogelijk verstopte sieraden.

Celine van der Hoek - de Vries
Amsterdam

Het bovenstaande is één van de verhalen uit de AFVN-uitgave Enkelen van de 55 miljoen. Zie ook de literatuurlijst.

Celine is bestuurslid van de AFVN en heeft sinds kort de voorzittershamer overgenomen. Celine van der Hoek - de Vries
Regelmatig geeft ze ook lezingen op Duitse middelbare scholen.
Zij vertelt daar over de Februaristaking, het Kindermonument en over haar kampbelevenissen.

Zie ook:
www.kindermonument.nl

De Europese Grondwet
Volle kracht vooruit naar het sociaal niveau van Polen

Van de redactie

Tijdens het schrijven van dit artikel was Balkenende met het regeringsvliegtuig onderweg naar Rome, om daar de feestelijke ondertekening van de Europese Grondwet bij te wonen.
In Nederland hebben we totnogtoe weinig kunnen merken van de discussie die rond die grondwet plaatsgevonden heeft. Heeft het zo weinig om het lijf?
Hieronder een selectie uit een artikel van Herwig Lerouge in marxistische studies nr 65. met enige aanvullingen van onze kant.

De ontwerpgrondwet heeft geen enkel voorstel op sociaal vlak. De opname van het Handvest van de Grondrechten, goedgekeurd in Nice, ziet men graag als een “toegeving” tegenover de eisen van de ngo’s, om die achter het ontwerp te krijgen. Maar het Handvest zelf is onaanvaardbaar. Het betekent een stap achteruit vergeleken met de grondwet van verschillende lidstaten en vergeleken bij de Verklaring van de Grondrechten van de VN. Zo staat het recht van de werkgevers op een lockout op gelijke voet met het stakingsrecht! En het begrip “recht op een baan” wordt vervangen door “recht om te werken en recht om een baan te zoeken” (art. 15-1 en 15-2). Zelfs de rechten van de vrouw - zoals recht op abortus - komen er niet in voor. Niets over het recht op werkloosheidsvergoeding, niets over het recht op wonen, niets over recht op pensioen.

Dit Handvest is slechts een gelijkschakeling naar beneden van de sociale rechten die in de verschillende lidstaten bestaan. Om te zien hoe de burgerlijke democratie er al veertig jaar op achteruit gaat, moet men maar eens kijken naar de grondwet van de vierde Franse Republiek, ingevoerd na de Bevrijding in 1946, toen de communisten in de regering zaten en de angst voor het socialisme er bij de burgerij goed in zat. De grondwet van 1946 erkent het stakingsrecht; erkent de openbare diensten en de uitbreiding ervan: “Elk eigendom, elk bedrijf waarvan de uitbating de kenmerken vertoont of verwerft

van een nationale openbare dienst of van een feitelijk monopolie, moet eigendom worden van de gemeenschap”; hij erkent ook “het recht om een baan te verkrijgen” en vindt dat het de plicht is van de staat “gratis openbaar lekenonderwijs te verschaffen op alle niveaus”. “De natie moet het individu en het gezin in staat stellen zich te ontwikkelen. Ze moet iedereen, en zeker het kind, de moeder en de oudere werknemer, verzekeren van gezondheid, materiële veiligheid, rust en ontspanning. Elk mens die omwille van zijn leeftijd, fysieke of mentale toestand of economische situatie niet kan werken, heeft het recht om van de gemeenschap voldoende bestaansmiddelen te krijgen.”

Die rechten zijn onder het kapitalisme in feite natuurlijk nooit gewaarborgd, maar in principe kan men zich toch op die grondwet beroepen om de hernationalisatie te eisen van bepaalde privé-groepen die een monopoliepositie hebben afgedwongen. Maar met de Europese grondwet kan dit niet meer. De verschillende regeringen, ook socialistische, gebruikten juist de Europese richtlijnen om de privatisering van de openbare diensten en fabriekssluitingen te laten gebeuren. Diezelfde regeringen zullen zich nu kunnen beroepen op de grondwet, als die wordt aangenomen.

Volgens Georges Debunne, voormalig algemeen secretaris van het Belgische ABVV, stevent het uitgebreide Europa met deze grondwet af op “een aanzienlijke daling van het levensniveau bij ons, in het Westen, zonder daarom de levens- en arbeidsomstandigheden voor de grote meerderheid van de inwoners van Polen, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Litouwen, Estland, Slovenië en Letland te verbeteren.”
De Europese grondwet zal boven de nationale grondwet van de verschillende landen staan en die zal zelfs moeten worden aangepast aan de Europese reglementen. Debunne: “Een nationaal parlement zal geen wetten van sociale vooruitgang meer mogen invoeren. De versterking van de concurrentieregels en de drastische criteria van het Stabiliteitspact geven de rechtse partijen alle macht om aan sociale en fiscale dumping te doen, om het wilde kapitalisme en de ongebreidelde uitbuiting van de arbeiders te schragen, via nepstatuten, lage lonen en de veralgemening van de uitzendarbeid, zonder verplichtingen tegenover de risico’s van het ouder worden, werkloosheid en ziekte. Een terugkeer naar de 19de eeuw.”


november 2004
De Anti Fascist
26

 

Om de spiraal naar beneden toch wat tegen te houden, vraagt Debunne dat de sociale rechten formeel zouden worden gegarandeerd in het Handvest van de Grondrechten. Hij vraagt ook een juridisch instrument om onderhandelingen voor Europese collectieve arbeidsovereenkomsten mogelijk te maken. Dat is nu zelfs niet voorzien.

Geen gelijkheid, geen broederschap, wat met de vrijheid?
De ontwerpgrondwet spreekt over Europa als “een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid”. Maar de grondrechten die de ontwerp-grondwet garandeert, beperken zich tot het vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal,
evenals de vrijheid van onderneming. De Europese grondwet voorziet dus enkel in die rechten die het grootkapitaal ten goede komen.
Omdat de Europese Unie de unie is van het Europees grootkapitaal, kan de grondwet alleen daar in dienst van staan. “Als men me vraagt waarom de grondwet niet ook de belangen van de werknemers kan verdedigen’, zo zegt europarlementslid Kostas Alexandrakis van de Griekse Communistische Partij, “dan antwoord ik vaak: omdat die grondwet daar niet voor gemaakt is, net zomin als een auto gemaakt is om te

vliegen. De argumenten die men aanvoert om te zeggen dat zo’n grondwet met een enigszins ernstige sociale inslag mogelijk zou zijn, zijn niet gegrond. De strijd die de Europese Unie al tien jaar voert tegen alle sociale verworvenheden waar de arbeidersklasse een eeuw lang voor gevochten heeft, bewijst dat.”
De enkele democratische artikelen in de ontwerpgrondwet vormen slechts een schaamlapje. De Commissie en de ministers van de EU zijn niet verkozen. Toch hebben ze de macht om wetten te maken en de toepassing ervan te organiseren (artikel 18). De Commissie zal meer onder controle staan van de grote landen (als de regel van de vijftien commissarissen het haalt). Het Europees parlement heeft niets te zeggen op vlak van monetair beleid, handel en concurrentie. Het is efficiënter voor de multinationals om niet te hoeven wachten op tijdrovende discussies in een verkozen parlement.
Ja, de grondwet erkent het recht om referenda te houden: een miljoen burgers van Europa mogen de Commissie ‘uitnodigen’ om een voorstel door het parlement te laten stemmen. Maar de petitie moet “noodzakelijk zijn voor de toepassing van de grondwet”. Ze mag er dus niet tegenin gaan. En de Commissie is niet gehouden er gevolg aan te geven. Ze is ook niet verplicht de inhoud van de petitie op te nemen in een voorstel dat ze dan

voorlegt aan de Europese Raad of het parlement. Een lege doos dus.

Nog iets: als een derde van de nationale parlementen dat vraagt (9 van de 25), kan de Commissie verplicht worden een van haar voorstellen in de Raad te herzien maar... de Commissie mag bij haar voorstel blijven.
En wat moet men verstaan onder de termen respect voor de rechten van de mens? De commissaris die belast is met de uitbreiding van Europa, de Duitser Verheugen, heeft dat duidelijk gezegd op 30 september vorig jaar, bij de Commissie van Buitenlandse Zaken van het Europees parlement. Weinigen weten dat de minderheden, met name de Russisch-taligen die al tientallen jaren in de Baltische staten (Letland, Estland en Litouwen) wonen, geen recht hebben op naturalisatie en dus niet kunnen deelnemen aan het openbare leven. In verschillende kandidaat-lidstaten van Centraal- en Oost-Europa zijn communistische partijen en symbolen van de arbeidersklasse verboden. Volgens commissaris Verheugen vormt dit geen schending van de rechten van de mens en is het feit dat men zich niet kan laten naturaliseren geen belangrijk probleem voor de Europese Unie.

Wordt vervolgd


november 2004
achterpagina
27